Hi,

Ik ben Mélanie Struik, kunsthistorica en communicatiespecialist.
Op Mélanie kijkt kunst geef ik je onverwachte perspectieven op kunst en kunstenaars, toen en nu.
Ga je mee?

Michelangelo, frescoschilder tegen wil en dank:  De Sixtijnse kapel in Rome, het plafond van de meester uitgelegd

Michelangelo, frescoschilder tegen wil en dank: De Sixtijnse kapel in Rome, het plafond van de meester uitgelegd

De Sixtijnse Kapel uit Rome in Den Haag
In de zomer van 2024 was de Grote Kerk Den Haag omgetoverd tot de Sixtijnse Kapel in Rome. Bijna alle onderwerpen op het plafond van de kapel stonden op ware grootte - en dat was meer dan levensgroot - in haarscherpe prints in de kerk of hingen laag aan het plafond van de kerk. Dichterbij kun je niet komen! Al rondlopend ontdekte ik ook het stukje draperie dat ik eerder schilderde naar een schets van Michelangelo die ik een aantal jaren geleden op internet vond en die een voorbereiding bleek te zijn voor zijn Eritrese sibille in de Sixtijnse kapel (zie openingsbeeld).

Links de schets van Michelangelo, rechts mijn werk, olieverf op doek, 20 × 20 cm

Wat een kans om al deze werken van dichtbij te kunnen bekijken. Ik fotografeerde me suf en bedacht me er een artikel van te maken zodat ieder die de Sixtijnse kapel zou willen bezoeken met dit artikel in de hand ook goed kan zien wáár ie naar kijkt, want in werkelijkheid hangen de werken in Rome op twintig meter hoogte.

Overzichtsfoto van de tentoonstelling in de Grote Kerk in Den Haag in de zomer van 2024

In dit artikel lees je over de werkwijze van Michelangelo (1), krijg je uitleg over het iconografisch programma - wat stellen deze beelden voor - aan de hand van een overzichtsfoto met nummers (2) en krijg je beeld na beeld te zien met bij elk beeld een beknopte uitleg (3).

1. Michelangelo’s werkwijze
Mopperig begint de grote Michelangelo Buonarotti (1475-1564) aan de opdracht die paus Julius II (1443-1513) - naast de meest oorlogszuchtige paus ook de grootste kunstmecenas onder de renaissancepausen - hem in 1508 heeft gegeven: het verfraaien van het plafond van de Sixtijnse Kapel. De kapel is onderdeel van het Apostolisch Paleis in het hart van het Vaticaan in Rome, vlak naast de Sint-Pietersbasiliek. Julius’ voorganger Sixtus IV (1414-1484) was de opdrachtgever - vandaar de naam - en na drie jaar bouwen was de kapel in 1480 klaar. Het is nog steeds de plek waar de kardinalen na de dood van een zittende paus in conclaaf gaan om een nieuwe paus te kiezen.

Negentiende-eeuwse gravure van G. Tognetti, met een impressie van de Sixtijnse Kapel vóórdat Michelangelo aan het werk ging.

Nadat de kapel klaar is, beschilderen een aantal vijftiende-eeuwse schilders, waaronder de jonge Sandro Botticelli (1445-1510) en Domenico Ghirlandaio (1448-1494), onder leiding van meester Pietro Perugino (1446-1523) de wanden rondom in fresco met taferelen uit het leven van Mozes en van Jezus. Op een niveau hoger, tussen de vensters, krijgt de kapel tweeëndertig fresco’s van in felgekleurde gewaden gehulde pausen. De delen boven de ramen - de lunetten - blijven vrij en het gewelf daarboven is gedecoreerd als een felblauwe hemel met goudkleurige sterren.

De kapel heeft een rechthoekige grondvorm en is ca. 40 meter lang, 13 meter breed en 20 meter hoog. De maten zijn afgeleid van de beroemde Tempel van Salomo in Jeruzalem, de eerste tempel volgens de Hebreeuwse Bijbel. Als je de hoogte door de breedte deelt, krijg je 1,61: de gulden snede die esthetisch gezien als de optimale verhouding in de architectuur en kunst geldt. De paus nu wil het plafond - de lunetten boven de pausen, de driehoekige delen boven de ramen en het gewelf - verluchtigen met fresco’s met verhalen uit het Oude Testament, omringd door portretten van sibillen - uit de klassieke oudheid stammende toekomst-voorspellende priesteressen -, oudtestamentische profeten en de voorouders van Christus. Aan Michelangelo de taak om dit te realiseren.

Mopperig want Michelangelo is geen zonnetje in huis. Al vanaf zijn vijftiende jaar schemert zijn wat sombere gemoed door in overgeleverde brieven aan zijn familie. Ook staat hij bekend om zijn koele en achterdochtige natuur. En deze opdracht is ook helemaal niet volgens plan. Julius heeft Michelangelo immers in 1505 de opdracht gegeven om zijn tombe te ontwerpen, een sculpturaal en architectonisch ensemble met maar liefst 40 beelden, en dát is wat hij wil doen: beeldhouwen. Maar de wispelturige Julius stopt met hem daarvoor te betalen zodat hij wel móet gaan werken aan de kapel, in de hoop dat hij daarna het grafmonument mag afmaken.

Michelangelo heeft weinig ervaring met frescoschilderen, al is hij wel als schilder opgeleid bij grootmeester Ghirlandaio. Het lijkt een onmogelijke klus om met zo weinig ervaring een oppervlakte van vierduizend vierkante meter in fresco om te zetten. De techniek op zich is eenvoudig, maar ook moeilijk uitvoerbaar. Je werkt op een natte pleisterlaag die de pigmenten absorbeert zodat deze - al drogend - in de muur worden opgenomen. Omdat de pleisterlaag zo snel droogt wordt er nooit meer pleisterkalk aangebracht dan een schilder in één dagdeel kan beschilderen: de giornate. Veranderingen achteraf zijn niet mogelijk; bij een fout moet de pleisterlaag eraf en kun je weer opnieuw beginnen.

Vooraf maakt de kunstenaar een schets, een carton genaamd, die moet worden overgebracht op de aangebrachte (natte) pleisterlaag. Het karton wordt licht vastgezet in de hoeken en in de contouren van de figuren op de schets worden gaatjes geprikt waardoorheen houtskoolpoeder wordt gesponst. Ook kunnen de contouren met een scherp voorwerp, bijvoorbeeld de punt van een graveerstift, in de pleisterlaag worden gedrukt, zodat er een indruk achterblijft. Daarna kan het ‘inkleuren’, het feitelijke schilderen, beginnen.

Voordat Michelangelo überhaupt kan beginnen moet hij veel oplossen. Eerst moet de oude pleisterlaag eraf. En hoe komt hij in hemelsnaam bij het plafond? Een steiger vanaf de grond zou maar liefst twintig meter hoog moeten worden maar tegelijkertijd moeten de gangpaden ook vrij blijven, want de activiteiten in de kapel gaan gewoon door. Hij verzint een systeem van steunen aan weerzijden van de smalle kant van de kapel boven de schilderingen van de pausen waarop een aantal van treden voorziene bogen komen te staan. Die gaan - aaneengesloten - als een soort brug functioneren zodat de pleisteraars en de schilders bij alle delen van het plafond kunnen komen.

Ruwe schets die Michelangelo maakt van de steiger (Ross King, p. 69).

Als een deel van het plafond klaar is, wordt het geheel verplaatst naar het naastgelegen deel. Michelangelo houdt ook niet van pottenkijkers. Een enorm doek onder de bruggen en gespannen over de totale oppervlakte zorgt ervoor dat van beneden niets van het werk te zien is en het leven daar gewoon door kan gaan. Fakkelhouders zorgen ervoor dat er ook in de avond gewerkt kan worden, een achturige werkdag kende men nog niet. Als dit alles klaar is, kan het werk beginnen. Wisselende assistenten gaan hem helpen maar het meeste werk doet hij zelf.

De start is moeizaam maar langzaamaan krijgt hij er de vaart in, al blijft de paus erg ongeduldig. Het verhaal gaat dat Michelangelo van hem een klap met een stok krijgt, waarna Michelangelo van de weeromstuit de paus van de trap probeert te duwen. Ook zou hij met planken naar de paus hebben gegooid. Hoe dan ook: na viereneenhalf jaar is het werk in 1512 klaar.

De kapel nadat Michelangelo zijn werk heeft afgerond in 1512, met in de verte Het laatste oordeel dat pas in 1541 klaar zal zijn.

De paus wil - zoals gezegd - het plafond verluchtigd hebben met verhalen uit het Oude Testament, omringd door portretten van sibillen, oudtestamentische profeten en de voorouders van Christus. Het lijkt waarschijnlijk dat de keuze voor deze oudtestamentische verhalen van de paus komt. Ook lijkt het erop dat Michelangelo - door de wijze waarop hij de onderdelen heeft afgebeeld - de vrije hand daartoe heeft gekregen, dus zonder voorschriften over hoe een en ander er uit zou moeten gaan zien. Hij gaat - zo lijkt het - geheel zijn Michelangeloneske eigen gang. 

2. Het iconografisch programma
Op de afbeelding hieronder zie je het plafond in beeld en is elke afbeelding genummerd. Naar deze nummers wordt verwezen bij de nu volgende toelichting hoe het iconografisch programma is opgebouwd.

In de hoeken van het plafond komen vier taferelen uit het Oude Testament: van linksboven via de rechter hoeken naar links beneden: Judith en Holofernes (nr. 1), De koperen slang (nr. 11), De straf van Haman (nr. 13) en het verhaal van David en Goliath (nr. 23). Daartussen vind je rondom afbeeldingen van zeven profeten afgewisseld met vijf sibillen. De profeten zijn Jesaja (nr. 4), Daniël (nr. 8), Jona (nr. 12), Jeremia (14), Ezechiël (nr. 18), Joël (nr. 22) en Zacharia (nr. 24). De sibillen zijn die van Delphi (nr. 2), Cumae (nr. 6), Libië (nr. 10), Perzië (nr. 16) en Eritrea (nr. 20). Beide groepen, de sibillen en de profeten, brengen als een soort tussenpersoon boodschappen over van godheden of God. Ze voorspellen dat er een redder van de wereld komt, en hoe het hem zal vergaan. De keuze voor de twee groepen zou bedoeld zijn om aan te geven dat de Messias (Jezus Christus) niet alleen een redder van de Joden is - voorspeld door de profeten - maar ook een redder van de niet-Joden, voorspeld door de sibillen.

Langs de randen en tussen de profeten en sibillen schildert Michelangelo acht lunetten (raamstukken) met - daarboven en ermee verbonden - acht driehoekige afbeeldingen. Dit zijn de voorvaders van Christus: Josia (nr. 3), Ezechias (nr. 5), Asa (nr. 7), Jesse (nr. 9), Salmon (nr. 15), Roboam (nr. 17), Uzzia (nr. 19) en Zerubbabel (nr. 21). De lunetten laat ik hier buiten beschouwing want in het vervolg van dit stuk zijn deze afbeeldingen niet gefotografeerd en ook niet zichtbaar op bovenstaande afbeelding.

Op de driehoekige fresco’s gaat het steeds om afbeeldingen met meerdere figuren die Michelangelo presenteert als kleine gezinnen: een vader, een moeder en een of twee kleine kinderen. Verondersteld wordt dat hij daarmee verwijst, of beter gezegd vooruit wijst - prefigureert - naar de Heilige familie van Maria en Jozef, waarin het kind Jezus werd geboren. Bijzonder is dat Michelangelo daarmee ook voormoeders uitbeeldt, terwijl die niet op de naamplaatjes staan. Het zijn overigens niet per se vrolijke taferelen uit het dagelijks leven; ze illustreren ook de zwaarte ervan.

In het centrale deel van het plafond beeldt Michelangelo delen uit het boek Genesis uit, en dat in groepen van drie:  
1. De schepping van het universum gedomineerd door God als hoofdfiguur met de scheiding van licht en duisternis (33); de schepping van de zon, de maan en de planten (32) en de scheiding van land en water (31);
2. De val en de wedergeboorte van de mens door de verhalen van Noach met het offer van Noach (27), de zondvloed (26) en de dronkenschap van Noach (25);
3. De schepping van de man en de erfzonde, met de man en vrouw als hoofdfiguren: de schepping van Adam (30), de schepping van Eva (29) en de val van de mens en de verdrijving uit het paradijs (28).

Pas veel later, tussen 1536 en 1541, zal Michelangelo hieraan nog zijn visie op het laatste oordeel toevoegen, op de westwand van de kapel.

3. Het plafond beeld voor beeld

Nr. 1. Oudtestamentisch verhaal: Judith en Holofernes
Het verhaal van de Joodse Judith en de Babylonische Holofernes komt uit het (apocriefe) oudtestamentische boek Judith. Het leger van Holofernes, een generaal van de Babylonische koning Nebukadnezar II, belegert 600 v. Chr. de Joodse stad Bethulië (Betylua). Om de stad te beschermen tegen de op handen zijnde verovering gaat Judith, een vrome Joodse weduwe, met haar dienstmaagd Abra naar het vijandelijke kamp. Na drie dagen denkt Holofernes haar te kunnen verleiden, maar tijdens het eten drinkt hij te veel wat haar de kans biedt om hem, geholpen door Abra, te onthoofden. Michelangelo verbeeldt de scene vlak na de onthoofding, terwijl de vrouwen sneaky weglopen, het hoofd van Holofernes op een bord met zich meedragend.

Nr. 2. Sibille van Delphi
Deze sibille was een priesteres of medium die verbonden was aan het orakel van Delphi. Ze leest een tekst op een rol perkament en hoort dan ineens een stem. Ze voorspelt dat de toekomstige redder met een doornenkroon belachelijk zal worden gemaakt.
Michelangelo beeldt de sibillen - en ook de profeten - vaak zich bewegend uit, hier draait zij haar hoofd alsof ze iets ziet of hoort.

Nr. 3. Voorouder Josia
Josia wordt, hij is pas 8 jaar oud, in 649 v. Chr. koning van Juda, het koninkrijk rond Jeruzalem gesticht door David. Hij stierf in 609 op het slagveld en met zijn dood verliest het koninkrijk zijn onafhankelijkheid. Volgens de profeet Jeremia was hij de laatste koning van betekenis en Mattheus noemt hem in zijn evangelie in de stamlijn van Jezus Christus.
De apostel Paulus duidt de voorouders als pelgrims: vreemdelingen, die aan het uitrusten zijn terwijl ze onderweg zijn naar het beloofde land, wat Michelangelo kennelijk inspireerde om ze hier rustend weer te geven.

Nr. 4. Profeet Jesaja
De profeet Jesaja voorspelt de offerdood van de Messias. Hij leeft in de achtste eeuw v. Chr. in Juda. Jesaja houdt in dit fresco de vingers van zijn rechterhand tussen de pagina’s van zijn boek, omdat hij even gestopt is met lezen, maar straks weer verder wil. Hij wordt afgeleid door een klein figuurtje achter hem.
Er verschijnen altijd meerdere personen of persoontjes op Michelangelo’s voorstellingen van profeten en sibillen: het zijn boodschappers van God.

Nr. 5. Voorouder Ezechias
Ezechias, de zoon van koning Achaz, is 25 jaar als hij van 725 tot 697 v. Chr. koning wordt van het zuidelijk rijk Juda. Hij regeert 29 jaar in Jeruzalem en komt in opstand tegen de Assyrische overheersers wat leidt tot de verwoesting van grote delen van zijn koninkrijk. Toch zien de bijbelschrijvers hem naast Josia en David als een goede koning: omdat hij ervoor zorgt dat het volk geen afgoden meer vereert, vanwege zijn voortdurende vertrouwen in God en vanwege zijn hervormingen.

Nr. 6. Sibille van Cumae
Michelangelo geeft elk van de vijf werken met sibillen een eigen uitstraling. De vrouwenfiguren variëren niet alleen in houding en expressie, maar hij beeldt ze ook af in verschillende levensfasen. De sibille van Cumae wordt gepresenteerd als een oude dame met een gerimpeld gezicht. Ovidius, de Romeinse dichter, geeft aan dat ze 700 jaar oud is. Volgens mythologische verhalen woont ze in de buurt van de stad Cuma in de buurt van Napels.

INr. 7. Voorouder Asa
Koning Asa is de achter-achterkleinzoon van koning David en de derde koning van het zuidelijk koninkrijk Juda. Hij volgde zijn vader Abia op en regeert van 913 tot 873 v. Chr. Hij wordt beschouwd als een goede koning die actief betrokken is bij het vernietigen van afgodsbeelden. Hij jaagt ook mannen die in de tempel prostitutie bedrijven het land uit. De voorstelling wordt grotendeels gevuld met een slapende vrouw die op een witte zak zit. De kleurigheid van haar jurk contrasteert met het schaduwdeel achter haar waar een mannelijke figuur en een kind zichtbaar zijn. Is de man achter haar Asa?

Nr. 8. Profeet Daniël
Michelangelo beeldt de profeten en sibillen meestal af terwijl ze lezen. Ze houden rollen vast of boeken wat hun activiteit symboliseert: het profeteren en vastleggen van die profetieën.
De profeet Daniël beeldt hij ook schrijvend af, Gods boodschap voor toekomstige generaties vastleggend. Daniël wordt verondersteld rond 600 v. Chr. te hebben geleefd. Als afstammeling van het volk van Israël werkt hij vele jaren als schrijver van de Babylonische koning Nebukadnezar II waar hij vooral gewaardeerd wordt om zijn vermogen om dromen te interpreteren.

Nr. 9. Voorouder Jesse
Jesse is de vader van de latere koning David, die het koninkrijk Juda zal oprichten. Ook hier is de centrale figuur niet een man - Jesse - maar een vrouwfiguur die nadenkend de beschouwer aankijkt. De wijze waarop ze haar hoofd met haar hand ondersteunt, wordt vaker door kunstenaars gebruikt om melancholie uit te drukken.

Nr. 10. Sibille van Libië
De vijf sibillen zijn de tegenhangers van de Bijbelse profeten en in de oudheid worden ze, zoals eerder gezegd, vereerd om hun voorspellende, profetische vermogens. Ze dragen de naam van hun plaats van herkomst, te zien op een bord onder hun voeten. De Kerk  interpreteert een aantal van hun profetieën  als in relatie tot de komst van het christendom.
Michelangelo beeldt de Sibille van Libië uit als elegante jonge vrouw. Ze houdt een open boek vast. Links twee kinderen, waarvan er één een boekrol vasthoudt.

Nr. 11. Oudtestamentisch verhaal: De koperen slang 
Als Mozes het Joodse volk uit Egypte leidt, worden de mensen geplaagd door slangenbeten omdat ze ongehoorzaam zijn aan God en Mozes. Mozes stelt echter een koperen (of bronzen) slang op en wanneer je ernaar kijkt, wordt je genezen. Het verhaal wordt opgevat als een allegorie - een beeld dat symbool staat voor iets anders - in dit geval voor ketters. De ongelovige die kijkt naar de koperen slang en daardoor terugkeert naar het ware geloof. De koperen slang wordt ook gezien als een vooruitwijzing op de kruisiging van Jezus en de daarmee op de door God geschonken verlossing. Michelangelo maakt er een complexe voorstelling van met meer dan twintig met gifslangen worstelende lichamen en laat hiermee zijn grote vaardigheid in het weergeven van het menselijk lichaam zien.

Nr. 12. Profeet Jona
Ook de profeet Jona kondigt, net zoals de andere zes Bijbelse profeten, de komst van een Messias aan. De boeken van deze profeten vertellen over hun leven, verkennen hun dromen en visoenen en vormen het vierde deel van het Oude Testament. Jona wordt opgeslokt door een walvis en ontsnapt na drie dagen en drie nachten: dezelfde tijd die Jezus tussen zijn kruisiging en opstanding door in zijn graf doorbrengt. Jona’s verhaal wordt gezien als een prefiguratie - een vooruitblik - van gebeurtenissen rondom Jezus.

Nr. 13. Oudtestamentisch verhaal: De straf van Haman
Dit verhaal komt uit het boek Ester en gaat over de slechte Haman. Dat is de eerste minister onder het bewind van de Perzische koning Ahasveros die alle Joden die in het Perzische rijk wonen wil vermoorden, omdat de jood Mordechai niet voor hem wil buigen. Maar koningin Ester, de joodse vrouw van de koning en een nicht van Mordechai, dwarsboomt dit. Haman en zijn zonen worden ter dood gebracht aan de paal die ze eerder hebben opgericht om Mordechai te doden. Michelangelo laat de executie van Haman door ophanging zien. In plaats van een gegeseld lichaam toont hij het lichaam als een studie van mannelijke schoonheid.

Nr. 14. Profeet Jeremia
Jeremia wordt ook wel de ‘wenende profeet’ genoemd. Op het document links van hem staat AMEF: het begin van de aanhef van de klaagliederen van Jeremia in het Oude Testament. Vandaar mogelijk zijn gesloten en afgewende gezicht? Michelangelo stelt Jeremia niet voor als nadenkend over geschreven tekst of gealarmeerd door Gods boodschap, maar in een zorgelijke stemming, die hij uitdrukt door het hoofd van de profeet op zijn hand te laten rusten. Zelfs de personages die hem op de achtergrond vergezellen, getuigen van zijn pijn.

Nr. 15. Voorouder Salmon
Dit beeld verwijst naar koning Salmon, de zoon van koning David. Michelangelo toont deze voorouders wederom in een scene uit het dagelijks leven. De focus ligt ook hier weer op de figuur van de moeder die met een schaar in stof knipt. Waarschijnlijk is een uitspraak van Salmon zijn inspiratiebron geweest. Die zegt dat het vakmanschap van vrouwen een uiting is van hun vastberadenheid en hun heilige leven. Dit onderscheidt hen positief ten opzichte van mannen, die hij passief vindt.

Nr. 16. Sibille van Perzië
Deze sibille wordt ook wel de Babylonische  of Chaldeeuwse sibille genoemd. In het Sibillijnse boek dat de sibille vasthoudt zijn haar voorspellingen over Christus’ komst vastgelegd. Michelangelo beeldt haar af terwijl ze zich van de beschouwer afwendt, alsof ze zich uit de reële wereld terugtrekt naar de spirituele wereld. Of leest ze voor aan de twee toehoorders achter haar?  

Nr. 17. Voorouder Roboam
Roboam was volgens de Hebreeuwse bijbel de zoon van Salomo en kleinzoon van David, en de eerste koning van het koninkrijk van Juda, ontstaan na de splitsing van het verenigde koninkrijk van Israël. Deze splitsing volgde op een rebellie van de stammen in het noorden tegen de hoge belastingen ingesteld door koning Salomo, wat leidde tot de formatie van een onafhankelijk koninkrijk Israël in het noorden, geregeerd door Jerobeam I, en het koninkrijk Juda in het zuiden, geregeerd door Roboam.
Michelangelo beeldt ook hier weer een familiegroep uit, de vrouw ondersteunt haar kin met de linkerhand terwijl ze peinzend vooruit kijkt en met haar rechterarm het kind vasthoudt. Op de achtergrond een mannelijke figuur, Roboam?

Nr. 18. Profeet Ezechiël
Ezechiël is een profeet die van 593 tot 571 v. Chr. werkt in Babylonië. Daar is hij met een deel van de bevolking van Jeruzalem in ballingschap. Zijn profetieën staan in het Bijbelboek dat zijn naam draagt. Hij was de zoon van een Joodse priester en behoorde bij de eerste groep Israëlieten die Nebikadnezar II in 597 v. Chr. naar Babylon voerde, in de Babylonische Ballingschap. Hij was een tijdgenoot van de profeten Jeremia en Daniël, maar  werkt als profeet alleen in Babylon, nooit in Israël of Juda. Uit het boek Ezechiël blijkt dat hij belangrijk was in de diaspora-gemeenschap. Zo zat hij de raad van oudsten voor en sprak de hele gemeenschap over hem. Zijn profetieën en visioenen zijn heel beeldend. In het visioen waarin hij geroepen wordt als profeet, ziet hij bijvoorbeeld heel bijzondere engelen en andere wezens.

Nr. 19. Voorouder Ozias
Ozias, is ook een koning van Juda die afstamde van David. Zijn naam betekent ‘de Heer is mijn kracht’. In de eerste helft van de achtste eeuw v. Chr. bestijgt hij op 16-jarige leeftijd  de troon en hij regeert 52 jaar. Toch is het niet alleen Ozias die Michelangelo hier afbeeldt, het lijkt een gezin met twee kinderen. Is Ozias dan de vader? Of is één van de twee kinderen de toekomstige koning Ozias? Dat is hier niet duidelijk.

Nr. 20. Sibille van Eritrea
Deze sibille is afkomstig uit de kunstplaats Eritrea in het huidige Turkije. Ze voorspelt vele gebeurtenissen uit het leven van Jezus, zozeer zelfs dat in de vierde eeuw na Christus kerkvader Augustinus hiernaar verwijst in zijn boek De stad van God.
Michelangelo heeft hier zijn eigen manier gevonden om de goddelijke verlichting te verbeelden in de vorm van een fakkel waarmee een kleine figuur op de achtergrond een olielamp aansteekt.

Nr. 21. Voorouder Zerubbabel
Zerubbabel is gouverneur van Judea onder de Perzen. Onder zijn leiding wordt de Joodse tempel in Jeruzalem herbouwd. Verondersteld wordt dat hij een Babylonische Jood is die terugkeert naar Jeruzalem aan het hoofd van een groep joodse ballingen. Als afstammeling van het huis van David wakkert hij de joodse messiaanse hoop opnieuw aan.

Nr. 22. Profeet Joël
Het Bijbelboek Joël is genoemd naar de profeet Joël. Van deze profeet weten we alleen zijn naam, en dat hij als profeet in Juda en Jeruzalem werkte. Het is niet zeker wanneer dat is geweest. Joël doet een waarschuwende voorspelling nadat een ramp het land heeft getroffen: hele zwermen sprinkhanen eten het land kaal zodat het is bijna niet meer mogelijk er nog te leven. Joël ziet het als een teken: de sprinkhanen zullen het begin zijn van de Dag des Heren, de dag waarop God over de wereld zal oordelen. Die dag is al voorspeld door de profeten Amos, Ezechiël en Sefanja. En volgens Joël is die dag nu begonnen.

Nr. 23. Oudtestamentisch verhaal: David en Goliath
Het gevecht tussen de jonge herder David en de gigantische krijger Goliath is een symbolische weergave van de strijd tussen de rechtvaardigen en de schijnbaar onoverwinnelijke tegenstander. David gaat de strijd aan met Goliath, een strijder van de Filistijnen die de Israëlieten bedreigen. Met moed, vaardigheid en Gods steun weet hij zijn tegenstander te verslaan. Michelangelo’s schildering toont het moment van de triomf, waarbij Goliath al op de grond ligt en David zijn zwaard naar achteren zwaait om Goliaths hoofd af te hakken. De slinger waarmee hij Goliath doodde, ligt op de grond.

Nr. 24. Profeet Zacharia
De portretten van de profeten zijn niet willekeurig gerangschikt. De voorstelling van Zacharia, bijvoorbeeld, is direct boven de ingang in de kapel geplaatst. Zacharia voorspelt namelijk dat de Messias naar Jeruzalem zal komen. Zijn entree in de stad wordt weerspiegeld door de gelovigen die de Sixtijnse kapel zullen binnenkomen. Zacharia leeft in de zesde eeuw v. Chr. in Jeruzalem. Michelangelo beeldt hem af als een eerbiedwaardige figuur.

Nr. 25. Boek Genesis: Noachs dronkenschap
De fresco’s op het middendeel van het plafond verbeelden episodes uit Genesis, het eerste boek van Mozes in het Oude Testament. Ze beginnen  met verhalen uit het leven van Noach, dat van de dronkenschap. Noach, dronken van zijn eigen wijn, valt ongekleed in slaap. Zijn zoon Cham ziet hem en haalt zijn broers Sem en Jafeth er gniffelend bij, maar zij willen dit niet zien en dekken ongezien hun naakte vader toe. Wanneer Noach later hoort van het te kijk zetten door Cham, bestraft hij hem. Het verhaal wordt geïnterpreteerd als een prefiguratie: een voorspelling van de latere bespotting van Jezus.

Nr. 26. Boek Genesis: De zondvloed
De Zondvloed is de grote straf die God de mensheid voor haar ongehoorzaamheden en zonden oplegt. God laat het veertig dagen regenen, waardoor al het leven op aarde vernietigd wordt. Vooraf waarschuwt God Noach. Hij zegt dat Noach om te overleven een boot moet bouwen, een ark, voor zijn gezin en alle dieren, van elke soort een paar. Ze weten dat het water zakt wanneer een duif een tak groen brengt: het einde van de zondvloed.
Michelangelo schildert de ark op de achtergrond, terwijl de duif bovenin al klaar zit. Op de voorgrond een menigte van mensen die tevergeefs proberen hun geliefden en hun spullen te redden van de verdrinkingsdood. De Zondvloed wordt gezien als een prefiguratie van de doop.

Nr. 27. Boek Genesis: Het offer van Noach
Deze schildering sluit het verhaal van Noach af. Nadat God hem heeft gered van de Zondvloed brengt Noach een dankoffer aan God. Noach en zijn familie staan rond een altaar en bereiden het offeren van dieren voor. Het offer van Noach wordt geïnterpreteerd als een vooruitwijzing naar het offer van Christus: zijn dood aan het kruis.

Nr. 28. Boek Genesis: De val van de mens en de verdrijving uit het paradijs
Hier combineert Michelangelo twee opvolgende scenes. Links de val van de mens doordat Eva op aangeven van de slag eet van de vrucht van de kennis (de appel), wat God verboden had. Op deze fresco van Michelangelo is te zien dat  Adam naar de boom reikt. Reikt hij naar de vrucht? Of stuurt hij de slang weg? Rechts het gevolg: aartsengel Michaël heft zijn zwaard om Adam en Eva voorgoed uit het paradijs - de Hof van Eden - te verdrijven.

Nr. 29. Boek Genesis: De schepping van Eva
De Schepping van Eva is het centrale fresco, in het midden van het plafond. Adam is ondergedompeld in een diepe slaap terwijl Eva, die haar hand uitsteekt naar God, wordt geschapen uit zijn rib. Michelangelo heeft God uitgebeeld als een archaïsche vaderfiguur, die Eva intens aankijkt.

Nr. 30. Boek Genesis: De schepping van Adam
Dit is het beroemdste fresco van Michelangelo. Aan de linkerkant ligt Adam ogenschijnlijk nonchalant terwijl van rechts God als een dynamische figuur opkomt. God, met rondom hem een zwevend rood gewaad, is omgeven door allerlei figuren. Het centrale punt is het midden van het werk, de twee handen, waar God bijna, maar net nog niet helemaal, de hand van Adam raakt: een onvoltooid contact. Soms wordt het rode gewaad geïnterpreteerd als de omtrek van het menselijk brein. God heeft zijn arm geslagen om een vrouw. Zou Michelangelo hier Sophia afbeelden, die in veel passages in de bijbel figureert als personificatie van de goddelijke wijsheid?

Nr. 31. Boek Genesis: De scheiding van land en water
Voordat God de mensheid schept, richt hij zijn aandacht op het scheppen van de wereld. Michelangelo interpreteert vrijelijk hoe hij dit doet al is het voor de kijker niet helemaal duidelijk hoe hij land van water scheidt. Mogelijk zijn in de loop der tijd pigmenten verbleekt en waren er eerder meer aanwijzingen te zien. Zo waren er vermoedelijk onder de zwevende God eerder ook vissen zichtbaar.

Nr. 32. Boek Genesis: De schepping van de zon, de maan en de planten
In dit fresco combineert Michelangelo twee scenes die elk God uitbeelden. De scene aan de rechterkant stelt de schepping van de hemellichamen voor, waarbij God met zijn vinger wijzend de zon en de kleinere maan creëert. Het tafereel links stelt ook God voor maar dan van achteren. Zijn hand wijst naar een aantal groene planten beneden hem, geschilderd met lichte penseel streken. Zijn de blote billen een grapje van Michelangelo?

Nr. 33. Boek Genesis: De scheiding van licht en duisternis
De scheiding van licht en duisternis is de eerste stap in de schepping. Hier is het de laatste in de reeks fresco’s die op het gewelfde plafond te zien is. Het laat God van onderaf zien. Met deze keuze schendt Michelangelo alle beeldconventies die op dat moment van kracht zijn. In theologische termen kan deze eerste scheppingsdaad gezien worden als een verwijzing naar het Laatste Oordeel. Het laat de scheiding van twee principes zien: licht en donker ofwel de uitverkorenen en de veroordeelden.

Met dank aan Heino van Rijnberk

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Literatuur:

Ross King, De hemel van de paus, Michelangelo en de Sixtijnse Kapel, Amsterdam, Bezige Bij, 2003 (vertaling door Guus Houtzager van Michelangelo and the Pope’s Ceiling. The Making of a Masterpiece, 2003)

Pierluigi de Vecchi, La Capella Sistina. Il restauro degli affreschi di Micheangelo, Milaan, Rizzoli, 1996

Michelangelo la capella sistina, documentazione e interpretazione
, Rome, Vaticaanse Musea, 1994, (twee delen: I Tavola. La volta restaurata, II Rapporto sul restauro della volta)

Fototentoonstelling Grote Kerk Den Haag juli/augustus 2024 (Fever.com)

www.debijbel.nl
www..paulverheijen.nl (mn met betrekking tot de voorouders van Christus) 

Verantwoording afbeeldingen:

Overzichtsfoto van de tentoonstelling in de Grote Kerk in Den Haag
https://indebuurt.nl/denhaag/doen/getipt/michelangelos-sixtijnse-kapel-is-nu-te-zien-in-de-grote-kerk-van-den-haag~326389/#&gid=2&pid=2

Afb. Gravure van G. Tognetti van de Sixtijnse kapel vóórdat Michelangelo de fresci maakte
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/3/3e/Cappella_sistina%2C_ricostruzione_dell%27interno_prima_degli_interventi_di_Michelangelo%2C_stampa_del_XIX_secolo.jpgDe Sixtijnse Kapel nu
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sixtijnse_Kapel#/media/Bestand:Chapelle_sixtine2.jpg

Overzichtsfoto plafond Sixtijnse Kapel
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sixtijnse_Kapel#/media/Bestand:CAPPELLA_SISTINA.jpg

Foto steiger, overgenomen uit Ross King, De hemel van de paus, p. 69

Alle andere foto’s zijn gemaakt door de auteur ter plekke bij de tentoonstelling. Later zijn de ontbrekende afbeeldingen toegevoegd vanuit de literatuur. 

Wintertips met kunstparels 2025, vier tentoonstellingen van nu en straks: over Maerten van Heemskerck, Susanna, Michaël Borremans en Samuel van Hoogstraten

Wintertips met kunstparels 2025, vier tentoonstellingen van nu en straks: over Maerten van Heemskerck, Susanna, Michaël Borremans en Samuel van Hoogstraten

Tentoonstelling ‘Rivelazioni’ in het klooster Sant’Orsola in Firenze: Intelligente en smaakvolle ode aan religieuze vrouwen van weleer

Tentoonstelling ‘Rivelazioni’ in het klooster Sant’Orsola in Firenze: Intelligente en smaakvolle ode aan religieuze vrouwen van weleer

0