Beeldend kunstenaar Maron Hilverda: ‘Ik hou van mijn voeten in de klei met met het hoofd in de wolken”
Dat kwam even mooi uit. ‘De Kunstenaar van de maand september’ bij Kunstuitleen Voorburg woont in Zelhem. Onze vakantie bracht ons naar een camping in de Achterhoek en laat Zelhem nou slechts op een afstand van 30 minuten rijden van onze camping af liggen. Dus halverwege augustus toog ik naar de Heidenhoekweg 7 waar ik niet alleen Maron Hilverda (58) in haar prachtige atelier, maar meer woningen en schuren aantrof en ook een kleine camping. Dit alles volledig liggend in het groen, hoe mooi is dat voor een buitenliefhebber als ondergetekende.
Haar atelier is in de oude wagenschuur van de herenboer die hier woonde. Hier stonden de sjieke wagens waarmee hij uit rijden ging met zijn familie maar die ook te huur waren voor de minder kapitaalkrachtige ‘naboars’ voor festiviteiten zoals huwelijken maar ook voor begrafenissen. De wagens werden getrokken door sjieke zwarte paarden. Dat Maron met man en kinderen hier zijn neergestreken, had te maken met een aantal wensen: ze zijn een gezinshuis - met naast hun twee eigen kinderen vier kinderen uit de jeugdzorg die ze opvangen - en hun ouders van beide kanten moesten hier ook kunnen wonen. Dit complex bezat voldoende mogelijkheden om aan al deze wensen te voldoen. Daarnaast wordt er ook nog kunst gemaakt dus ik heb van doen met een bezige bij, die zich ook nog eens iets van de wereld aantrekt, met een hoofdrol voor de natuur.
Maron’s atelier is tegelijkertijd expositieruimte. Vanaf 11 uur kun je er terecht voor een bezoek. Al gebeurt dat niet dagelijks, zei Maron, tijdens ons gesprek was er een echtpaar dat nieuwsgierig naar binnen keek. Hun bezoek werd een leuk intermezzo, beiden waren zeer geïnteresseerd en Maron vertelde hen weer een heleboel waar ik voor dit interview
iets aan had.
De ontvangstruimte meteen na binnenkomst, soms te huur als B&B. Het atelier van Maron is in de volgende ruimte
Maron’s atelier met uitzicht op het land
Nadat de thee is gezet en de laptop opengeklapt kan het gesprek beginnen. “Als kind tekende ik al veel, vooral ook dieren. Ik ben een dierenliefhebber en was en ben ook nog steeds graag bij dieren. Wij hebben hier honden, schapen en eenden - die hebben allemaal een taakje in het ecosysteem, dat is de reden om ze hier laten wonen - en dieren kregen en krijgen nog steeds in mijn werk een rol, van schaap tot insect.” Iets later lopen er in gestrekte pas ineens zes eenden in een rijtje achter elkaar met opgeheven koppen langs de ramen van de grote staldeur, een heel komisch gezicht, alsof ze wisten dat het over hen ging.
Maron Hilverda, Bos 3 (kleine studie), 2022, olieverf op doek, 13 x 18 cm (foto Maron Hilverda)
Maron Hilverda, Paarse akker, 2000, acrylverf op doek, 180 x 210 cm (foto Maron Hilverda)
“Ik heb heel lang getwijfeld of ik in de kunst door zou gaan of voor een ‘normaal’ beroep zou kiezen. Ik woonde in Vlaardingen en ben gaan kijken bij kunstacademies in Utrecht en in Arnhem. Het werd de kunstacademie in Arnhem, wat nu Artez is, en op advies van mijn ouders werd het de lerarenopleiding. Daar werd je toen nog in twee vakken opgeleid. Ik koos schilderen en fotografie. Gek genoeg werd ‘tekenen’ in die tijd niet als volwaardig gezien en ik had het gevoel dat als ik ging schilderen, ik deed wat ik daar hoorde te doen. Ik wilde het overigens ook zelf wel, en pas nu, na de verhuizing hier naar toe, is het tekenen weer heel erg terug. Het zal er ook wel mee te maken hebben dat ‘tekenen’ in deze tijd ook meer ‘mag’, je ziet het meer en dat motiveert. Maar het heeft bij mij ook te maken met mijn onderwerpkeuze, die vraagt meer om tekenen.”
Maron Hilverda, Zij wacht, 2016, olieverf en potlood op doek, 70 x 90 cm (foto Maron Hilverda)
Maron Hilverda, Le petit penseur, 2015, olieverf en potlood op doek, 100 x 100 cm (foto Maron Hilverda)
“Ik heb in mijn onderwerpkeuze twee keer een omslag gehad. Ik begon met het tekenen en schilderen van dieren en ook landschappen. Toen startten we met het gezinshuis - we begonnen er mee in 2001 - en ineens verschenen er vaker mensen op mijn doek of papier. Maar nu gaat het weer veel meer over de natuur en het klimaat. Het volle bewustzijn hierop loopt parallel met dat ik hier kwam wonen, zeven jaar geleden. Ik wóón nu midden in de natuur, ik kan er niet omheen. Zo zie ik bijvoorbeeld dat onze beuk hier het dit jaar niet gaat redden, die wordt droger en treuriger. Ik sprak er over met een vriendin die vlakbij een favoriete beukenlaan woont en die zei “o, die zijn allemaal al dood”. Een beuk heeft korte wortels en bij grote droogte al snel water tekort. Wat met het klimaat speelt, is voor mij niet meer abstract maar heel concreet geworden. Ik raak er van doordrongen en dat komt er tekenend uit.
Ik heb nu een moestuin, dat hoort er natuurlijk bij als je hier woont, en daar kom ik met mijn handen in de grond de diertjes tegen die ik nu schilder en teken. Ik kwam de engerling tegen, de larve van de bladsprietkevers, zoals de meikever. Die ben ik gaan tekenen en ik wil ze ook leren onderscheiden. My goodness, dit is een wereld op zich! Ik ben het boek van Merlin Sheldrake ‘Verweven leven. De verborgen wereld van schimmels’(2020), over schimmels en het leven onder de grond, gaan lezen. We weten nog maar één procent! En ik weet nu dat je niet mag spitten, dan maak je het bodemleven kapot, je moet voorzichtig woelen. Ik zou dat uitzoeken heel goed willen doen, alles willen weten en mijn handelen erop willen aanpassen. Ik voel me bijzonder thuis bij de uitspraak ‘je hebt recht op dertien levens’. Die is van mijzelf. Er is nog zoveel om te weten en te leren.”
Maron Hilverda, Melolontha sacer, uit de (toekomstige) serie: “WAT WOEKEREN GAAT”, 2024, mixed media op doek 100 X 120 cm (foto Maron Hilverda)
Mestkever met engerlingen. Maron hierover: “de oude Egyptenaar zag de mestkever - de scarabee - als de god die iedere dag de zon langs de horizon rolt. De moderne Europeaan voert oorlogen tegen de meikever omdat deze (door ons eigen handelen?) tot een god dreigt te geworden: hij woekert en tast onze wortels aan.
Maron Hilverda, Mycelium, 2023, houtskool, conté en Siberisch krijt op papier, 50 x 70 cm (foto Maron Hilverda)
“Er was een fase dat ik even weinig met mijn kunst deed. Er kwam weinig uit. Ik ben een denker, wilde graag vooraf al een beeld construeren en was erg bezig met wat anderen van mij verwachtten. Daarmee normeerde én blokeerde ik mezelf. Ik kon ook jaloers zijn op mensen die niets dachten maar gingen zitten en het lieten gebeuren. En toen zag ik een tentoonstelling van werk van de Chinese kunstenaar Ai WeiWei. ‘Wow, dacht ik, hij zet alle vensters open en zoekt dan de vorm en het materiaal dat zijn idee het beste ondersteunt.’ Ik ben toen gaan proberen om dit ook zo te doen, gewoon vanuit mezelf zonder er over na te denken gaan zitten en kijken wat er kwam: go with the flow. Ik wandelde elke dag 1,5 uur met de honden en zag zóveel moois, wat zich vertaalde in beelden. Ik ging werken met olieverf en ging mijn eigen schapen in houtskool weergeven. Dat was leuk. Ik omarm inmiddels ook dat ik graag wissel van onderwerp en materiaal, dat rolt gewoon over me heen.”
Maron Hilverda, Compositie 1, 2, 3, 4, 2023, houtskool, conté en spuitbus op papier, 25 x 35 cm
(foto Maron Hilverda)
“Ik maakte schetsjes en tekeningen in boekjes om een idee vast te houden want ik heb niet altijd tijd om er meteen iets mee te doen. Die boekjes staan bomvol. Ik was inmiddels verknocht geraakt aan houtskool, dat materiaal leek wel bedoeld te zijn om schapenkrullen/wol te tekenen.”
Maron Hilverda, Schaap, 2023, acrylverf, houtskool en conté op papier, 50 x 70 cm (foto Maron Hilverda)
“Ik begon foto’s te maken tijdens mijn wandelingen en die maakte ik bijvoorbeeld ook van struikgewas, dat werd mijn volgende onderwerp: bomen, struiken, takken en takjes – dooie per dingen - de lijnen, het lijnenspel dat ik er in zag. Het werd wat abstracter, dat wilde ik ook wel. Ik ging werken vanuit wijd perspectief, nam de tijd, bladerde mijn boekjes door tot ik iets zag en nog steeds zie dat aanslaat. Vroeger zou ik gezegd hebben: kom ik weer met iets nieuws. En nu zeg ik yeah, nu kom ik weer met iets nieuws!”
Schets in een boekje. Een insect liefkozen is de gedachte hier, lief voor insecten zijn
“Qua beeld vind ik het fijn als er een balans is tussen stukjes op een werk die heel uitgewerkt zijn en andere delen die wat grover zijn, minder tot niet uitgewerkt. Om een contrast in de techniek te zien. Dan begin ik heel gedetailleerd en kijk ik met veel liefde en respect naar mijn onderwerp. En dan ineens ben ik het zat, al dat gefriemel, en ga ik over op het grovere werk. Dat geeft me dan meer ruimte en dat werkt voor de toeschouwer ook zo, zo beleef ik het zelf ook als ik naar werk van anderen kijk. Al te precies en mooi, wat je wel bij stillevens ziet, vind ik niet kloppen met de realiteit. Ik raak dan geïrriteerd, het leven is niet alleen maar mooi; soms is iets prachtig, soms heel lelijk. Ik vind het fijn als het zwarte en donkere en ellendige ook in een werk mag zitten. Dat is de realiteit.”
Maron Hilverda, Compositie 1, 2, 3, 4, 2023, houtskool, conté en spuitbus op papier, 25 x 35 cm (foto Maron Hilverda)
“Mijn eerdere werk was ook al heel donker, mensen zeiden ‘duister, hoor’. Daar ben ik over gaan nadenken. Ten diepste is voor mij het zwarte het begin. Het is voor mij in potentie, nog ongedifferentieerd. Alles zit daar nog in en heeft zich nog niet tot vormen ontwikkeld. Het hele leven zit daar nog veilig in verborgen. Zie de grond die je bewerkt in de moestuin. Ik woonde eerder in Gaanderen in de Achterhoek, daar zag ik alleen maar akkers, akkers en akkers. Dat is zo oer voor mij. Neem dat werk van Anselm Kiefer (1945), dat vertegenwoordigt dit gevoel bij mij. Die man ‘lag’ bij wijze van spreken voor zijn werk ín dat akker. Dat werk gaat van paars via bruin richting zwart. Mooi!”
Anselm Kiefer, Märkische Heide, 1974, olieverf en acryl, schellak op jute, 118 x 254 cm.
Eindhoven, Collection VAM
“Ik wilde verder met wat we als mens de natuur aandoen. Ik maakte een insectenkast. Ik tekende op blokjes insecten die uitgestorven zijn of op een lijst van de overheid staan dat het niet goed met ze gaat. Overigens is de Rode lijst van de overheid ineens naar een andere plek op internet verhuisd. Ik ontdekte hoe groot de verscheidenheid is in de insectenwereld. Als ik een voelspriet verander is het al een ander soort vlinder en als ik een voorpootje verander van een ander insect is het al weer een ander diertje.”
De bovenste lade uit Maron’s insectenkast met afbeeldingen van vlinders die het moeilijk hebben in de natuur
De tweede la met daarop de namen en de status van de vlinders uit de eerste la, van minder tot meer bedreigd
Een la met getekende korstmossen
“Om niet somber te worden ben ik mijn eigen evolutie gaan maken, de novis creaturis. Ik ging mijn eigen insecten creëren uit een samenstel van verschillende dieren. Ik zocht in oude natuurhistorische boeken van eeuwen geleden, waarin men uit nieuwsgierigheid alles in tekeningen vastlegde wat de natuur te bieden had, naar hoe de natuur toen werd vastgelegd. En ik creëerde mijn eigen fantasiedieren, vaak een samenstel uit verschillende dieren bij elkaar”
Maron Hilverda, De Rugstreepvlinder (deel 1 van een tweeluik), uit de serie “Novis Creaturis”, 2024, potlood en acrylverf op papier, 50 x 35 cm (foto Maron Hilverda)
Maron Hilverda, De Kikkermot, uit de serie “Novis Creaturis”, 2024, mixed media en collage op papier, 50 x 70 cm (foto Maron Hilverda)
Maron Hilverda, De Vleervlinder, uit de serie “Novis Creaturis”, 2024, mixed media en collage op papier, 50 x 70 cm (foto Maron Hilverda)
“Als mijn werk af is heb ik de helft gedaan, vind ik, en de ander helft doet de toeschouwer. Want ik vind het belangrijk dat de toeschouwer die ruimte krijgt van de kunstenaar en dat deze die ruimte ook neemt. Dat is mijn sociale kant. Ik vind exposeren dan ook heel belangrijk. Dat gebeurt vaak in de zomer als ik minder tijd hebt om nieuw werk te maken van wege de kinderen en de camping. Ik doe mee met kunstroutes hier in de buurt en heb werk bij Kunstuitleen Voorburg. Ik ben lid van de kunstenaarsvereniging Breekijzer in Ulft, een club van mensen die zich bezig houden met landschap in de brede zin van het woord. Ik heb laatste in Bredevoort geëxposeerd in de Koppelkerk, dat is een vrijplaats voor kunst en cultuur in een kerkje. Ik mocht daar met een andere kunstenaar van drie kamers alle wanden, inclusief vloer en met een uitloper naar het plafond, bewerken. Dat zou ik vaker willen doen.”
Maron richtte in de Koppelkerk dit ‘zwarte’ hoekje in met materiaal uit haar eigen oprit. Een boom moest wijken, het hout heeft ze laten drogen, de boomdelen zijn in het lokale Paasvuur geblakerd en met het daarvan afkomende houtskool heeft ze de wanden beschilderd. De hele zaal rook ernaar
We zijn twee uur verder en ik vraag Maron of alles gezegd is. Beschroomd wil ze nog iets kwijt: “Ik vind al een tijd dat ik meer voor de wereld moet doen. Mijn moeder deed heel veel vrijwilligerswerk, maar in dit leven met het gezinshuis, ouder wordende ouders en de camping heb ik daar geen tijd voor. Ik heb besloten om van alles wat ik met mijn werk verdien 80% aan een goed doel te geven. Van de andere 20% koop ik de materialen. Ik was vroeger een goed verkopende kunstenaar toen ik daar nog alle dagen mee bezig kon zijn. Dat leven is veranderd, ik ben nu een parttime kunstenaar en er zijn andere inkomsten, zoals het gezinshuis en het werk van mijn man. Ik ben dan ook blij dat ik door het schenken dat gevoel van ‘iets voor de wereld willen doen’ heb vormgegeven.” Volgens mij doet Maron al meer dan genoeg voor de mensheid, maar dit is natuurlijk een mooi gebaar/
Meer informatie: www.maronhilverda.nl
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Verantwoording afbeeldingen
Openingsbeeld:
Maron Hilverda, Oer 2, houtskool, conté, potlood, spuitbus en collage op papier,
180 x 150 cm. Maron’s inspiratie: aangevreten koolbladeren uit de moestuin en varentakken: “de rode aderen verbinden. Alles is met elkaar verwant.”
Foto schilderij Anselm Kiefer
https://ensembles.org/items/1020



